Is the municipality doing all it can to cure Chestnut trees from the bleeding canker disease (Kastanjebloedingsziekte)?

Kristin McGee

March 8, 2020

The municipality is currently felling hundreds of horse chestnut trees considered infected or at risk for infection of the bleeding canker disease (bloedingziekte). In Haren, for example, they have listed 24 trees with several already cut in recent weeks. Before felling these trees, the municipality had posted signs on tree trunks claiming that the tree is infected and that no cure has yet been discovered. However, several reports caution against the premature felling of chestnut trees and offer proof of potentially successful measures, through extensive study of particular regions where some trees have recovered (Percival and Noviss 2016). Further, two methods have already been found by Dutch researchers to potentially cure the pseudomonas syringae pv. aesculin bacteria including the heating of tree trunks and roots at 39c degrees such as detailed in this study conducted by Wageningen university (“Histological Examination of Horse Chestnut Infection by Pseudomonas syringae pv. Aesculin and Non-Destructive Heat Treatment to Stop Disease Progression” 2012). The other is the infusion of tree bark with a chemical known as allicin (Raats 2018). Apparently one tree researcher is already in conversation with the municipality about this method, yet he would not agree to speak with us on site to assess the trees slated for felling.

Researchers are currently testing both methods in several municipalities in the Netherlands, yet in Groningen it appears that only yearly monitoring of chestnuts is taking place, but so far no additional measures are being implemented. Rather trees with any indication of the disease are slated for removal and few to no resources are invested in curing these trees by investing in the proper conditions for optimal tree recovery such as decompacting and infusing the soil with important nutrients (Percival and Noviss 2016). Moreover, existing studies have claimed that removing infected trees fails at preventing the spread of the disease, so the current response seems unwarranted. Even worse, if tools are not properly cleaned after prunings or fellings, such measures can even increase the threat of the diseases’ spread (Percival and Noviss 2016).

The municipality refuses our request to visit the trees slated for felling with a chestnut tree expert, claiming there is no proven cure. This is a disappointing but consistent response from a municipality which seems more interested in increasing its cut quotas through a highly aggressive risk management policy, with little consideration of the much greater risks to the well-being and environmental health of local residents. Such proven risks include increased air pollution, damage from water-overflow, loss of biodiversity and heat islands produced by the gravely diminished canopy cover resulting from a decade of massive reduction of the overall tree population in Groningen.

In a recent study commissioned by the municipality (which they have since taken down from their website) about the integrity of current tree monitoring and felling procedures, the total number of publicly managed trees was listed as 113,000. Yet in the municipality’s report of 2010, it listed 180,000 street trees under its jurisdiction (Groen Peppers 2010). This suggests a reduction of public (mostly street) trees of more than 30 percent because of such aggressive anti-tree policies of recent years.

We hope the municipality drastically alters its current strategies to nourish and bring trees at risk back to health rather than rely upon the gravely over-used and fear mongering proclamations of “danger of falling branches and sickness” to cut relatively healthy trees whose vitality are only moderately diminished. While we understand that some trees will not be curable, what we have witnessed is a far too aggressive approach which has removed virtually any tree attracting even the most minor of complaint (falling leaves). With proper care and management, some if not many of these trees can recover and provide ample benefits to the local environment for decades to come. It is time that the municipality enlist real tree expertise to assess the local urban forest instead of relying upon little educated managers and construction workers motivated by financial interests (such as the tripling of harvested wood refuse for the local and highly subsidized biomass market).


“Bleeding canker of horse chestnut: Symptoms.” Forest Research, United Kingdom.

Freer-Smith, Peter H, and Joan F Webber. 2017. “Tree Pests and Diseases: The Threat to Biodiversity and the Delivery of Ecosystem Services.” Biodiversity and Conservation 26 (13): 3167–81.

“Heat treatment against bleeding canker of horse chestnut available.” Wageningen University Research. Press Release, 4 feb. 2016.

Keijzer, de, J, van den, L.A.M Broek, T Ketelaar, and van, A.A.M Lammeren. 2012. “Histological Examination of Horse Chestnut Infection by Pseudomonas Syringae Pv Aesculi and Non-Destructive Heat Treatment to Stop Disease Progression.” Plos One 7.

Koskella, Britt, Sean Meaden, William J Crowther, Roosa Leimu, and C. Jessica E Metcalf. 2017. “A Signature of Tree Health? Shifts in the Microbiome and the Ecological Drivers of Horse Chestnut Bleeding Canker Disease.” New Phytologist 215 (2): 737–46.

Percival, Glynn C. and Kelly Noviss. 2016. “Managing Pseudomonas Bleeding Canker of Horse Chestnut.” Bartlett Tree Research Laboratories Technical Report.

“This therefore indicates that two approaches may be considered for suppressing disease: (1) employment of conventional plant protection techniques that rely heavily on treating the pathogen with specific biological or chemical agents; or (2) identifying management strategies designed specifically to increase tree vitality and so provide the tree with every opportunity to recover from Pae infection on its own merits. The following guidelines for Pae management are therefore recommended:

1. Inspecting for any external symptoms that could induce stress in trees i.e. new building construction and remediate if necessary.

2. Ensuring optimal tree nutrition. Sample soils for nutrient and pH levels based on a soil nutrient analysis and fertilise with the appropriate soil nutrients.

3. Apply a suitable product to control HCLM. HCLM attack can reduce a horse chestnut tree energy budget by 30-40% that potentially can influence the energy available for defensive metabolite production.

4. Apply organic matter such as an under composed wood mulch to a 5-10cm depth. Ideally mulches should be applied to 1m beyond the canopy drip line if possible.

5. Guard against over and under irrigation. Use soil moisture levels to ensure soil water status is optimal for tree growth.

6. Soil de-compact if soil bulk density values are 1.34 using an air-spade to stimulate root growth. ”

Raats, Santi. 2018. “Eigenaar van Allicin Tree Care kan het woord knoflook niet meer horen: ‘Niet knoflook, maar de werkzame stof allicine is het antibioticum tegen bloedingsziekte!’”,

Kapt de Rijksuniversiteit bomen onder het mom van duurzaamheid?

Kristin McGee, 27 feb. 2020

Het nieuwe Zernikelaanproject ontworpen door West 8 op de Zernikecampus is gelanceerd als een project met als eindresultaat een duurzamere, groenere en veiligere campus, inclusief nieuwe fietspaden, voetpaden en nieuwe aanplant van bomen. Op het eerste gezicht lijkt het een perfect plan, alsof de RUG, de Hanzehogeschool en de Gemeente een visie verwerkelijken die recht doet aan de nieuwe slogan van de stad: Gezond, Groen en Gelukkig Groningen. De plannen zien er aantrekkelijk uit en passen goed tussen de vele claims op de website met betrekking tot de toegenomen duurzaamheid.

In december 2019 daarentegen vroeg de gemeente namens de universiteit vergunning aan voor de kap van 92 van de bestaande bomen op de noordcampus. En dit na de kap van tientallen, of misschien wel honderden bomen zowel op de Zernikecampus (om plaats te maken voor nieuwe gebouwen, waaronder de “Groene” Energy Academy), als de kap van vele bomen in de gemeente, zoals de meer dan 150 bomen aan het Van Starkenborghkanaal. Daarnaast zijn vorig jaar tientallen bomen gekapt op de campus van de RUG in het centrum: bij het Harmoniecomplex, bij het Academiegebouw en achter het gebouw van sociale wetenschappen. Het bestuur beweerde dat deze bomen ziek en gevaarlijk waren en gekapt moesten worden. Dit excuus wordt altijd aangevoerd en vaak wordt dit schromelijk overdreven, want in werkelijkheid kunnen bomen soms tientallen jaren langer overleven, ook met kleine gebreken. De universiteit heeft deze kap niet van tevoren bekendgemaakt bij personeel en studenten. Vele klachten zijn ingediend nadat de bomen op een zaterdag waren verwijderd.

De huidige standaardprocedure is zelfs dat ook nog niet zo oude bomen, zoals de bomen op de Zernikelaan gekapt worden zonder acht te slaan op het belang van deze bomen, dat verreweg opweegt tegen de mogelijke nadelen, zoals de noodzaak van toenemend onderhoud. In het algemeen zijn de risico’s op ongelukken met oudere bomen veel kleiner dan veel andere werkgerelateerde risico’s waar werknemers iedere dag mee te maken hebben. Het is juist gebleken dat bomen in stedelijk gebied voor een uitzonderlijke toename van fysiek, esthetisch en mentaal welbevinden zorgen, zonder duidelijk aanwijsbaar risico voor het publiek. Toch heeft in de laatste 10 jaar een toegenomen economisch gemotiveerde en algemeen aanvaarde “risicomanagement” benadering de overhand gekregen boven het koesteren van oudere bomen en de algemeen welzijn van de mens en milieu. Het huidige beleid van Groningens groendivisie (dezelfde als die van de RUG) is zelfs om bomen te kappen, voordat ze 30 tot 40 jaar oud zijn vanwege toenemende onderhoudskosten (zie de brief van de gemeente “Benutting biomassa 2013”). Dit is bij lange na geen duurzame benadering van een gezond stadsbos, waar met de juiste zorg bomen meer dan 100, of zelfs 200 jaar oud kunnen worden. Er zijn tal van voorbeelden van volwassen bomen die in groene steden worden beschermd, zoals in het VK en in Zwitserland.

De 92 bomen aan de Zernikelaan zijn zonder twijfel in de bloei van hun leven (hun gemiddelde omtrek is 35 cm en hun leeftijd slechts 20-40 jaar) en ze voorzien in een overvloed aan te berekenen baten voor het milieu en zullen dat ook blijven doen: de opslag van broeikasgas, het filteren van water, schaduw, zuurstof en het filteren van luchtvervuiling, zoals fijnstof. Daarnaast bieden zij een toevlucht aan vele dieren en vergroten zij de biodiversiteit van het gebied. Deze voordelen zijn meetbaar met programma’s als iTreeTools, die de economische waarde voor de omgeving van grote bomen aantonen – van het voorkomen van wateroverlast, tot filtering van luchtvervuiling, tot het koelen en zo nodig verwarmen van gebouwen. In relatie tot de klimaatcrisis absorberen ze een aanzienlijk deel van de broeikasgassen, een van de doelen van een duurzame universiteit en stad.

Kortgeleden hebben Martin Specken en Ward van der Houwen, beiden in dienst als docent bij de Hanzehogeschool, opleiding Industrieel Product Ontwerpen (IPO), en die iedere dag van deze bomen genieten, een uitgebreid dossier opgesteld waarmee zij protesteren tegen het kappen van deze bomen. Bijna 70 collega’s in dienst bij zowel de RUG en de Hanzehogeschool, hebben een petitie aan de gemeente ondertekend met het verzoek alternatieve plannen in overweging te nemen. Zij hebben niet alleen contact opgenomen met bestuursvoorzitter Jouke de Vries, maar ook met wethouder Van der Schaaf, die niet hebben geantwoord. Specken en Van der Houwen hebben juist verscheidene levensvatbare en gedetailleerde alternatieven aangeboden, die het grootste deel van de bestaande bomen aan het noordelijk deel van de Zernikelaan zou beschermen en ook de aanleg van nieuwe fiets- en voetpaden mogelijk zou maken. Maar tot nu toe zijn deze alternatieven niet erkend, laat staan in overweging genomen.

Helaas zijn er nog geen afspraken tot stand gekomen om met anderen, zoals projectleiders, de afdeling groen en de bestuursvoorzitter in gesprek te raken. En ondanks veel gepraat over het creëren van een groenere en duurzamere campus en universiteit lijken alternatieve plannen en het behoud van bestaande wildernis en bomen het af te leggen tegen prestigieuze en dure nieuwe gebouwen. Terwijl volwassen en volgroeide bomen juist optimaal en beter dan nieuw aangeplante jongere bomen zijn toegerust om het klimaat te bevoordelen, met name de plaatselijke omgeving.

De Boomwachters en vele personeelsleden van de RUG hopen dat de universiteit zal kiezen voor een serieuzere en ecologisch gezinde aanpak, die rekening houdt met de weloverwogen ideeën van de hoog opgeleide personeelsleden en studenten en van allen die in de buurt wonen en werken en de invloed van deze grootschalige projecten moeten ondergaan. Het huidige beleid van bouwen, bouwen, bouwen in plaats van renoveren en bewaren is niet duurzaam. We kunnen beter nadenken over minder consumeren en koesteren wat er al is, in het bijzonder onze bomen, waarvan de voordelen vaak worden ondergewaardeerd en niet opgemerkt. Bomen moeten eerder in alle nieuwe plannen worden betroken, zelfs als dit een extra investering inhoudt.

Kristin McGee is Associate Professor bij Popular Music Studies, voorzitter van de Boomwachters Groningen en staflid van de Green Office. Zij hoopt in gesprek te komen met universiteitsbestuurders met ideeën over de bescherming van bestaande bomen en de aanplant van nieuwe bomen in het licht van de vele nieuwe projecten in het centrum en op de Zernikecampus.


“Gemeente: RUG en Hanzehogeschool passen plan bomenkap op Zernike niet aan.” 29 feb. 2020. Dagblad van het Noorden.

Poelman, Frits. 28 feb. 2020. “Bomenridder praat steeds bozer tegen ambtenaren over kapbeleid. Hij mag zijn mond niet meer opendoen.” Dagblad van het Noorden.

“In Groningen snappen veel mensen niet goed waarom de gemeente – zeker nu GroenLinks daar verreweg de grootste partij is – en de provincie op veel plekken overgaan tot massale bomenkap. Dat gebeurde de afgelopen weken onder meer langs het Damsterdiep (voor beter zicht op het water, meldde de provincie), in de Korrewegwijk (voor het verleggen van kabels en leidingen) en – zonder vergunning – langs de spoorbaan naar Delfzijl. Daar was geen toezicht; Prorail is achteraf op de vingers getikt. Na een klacht van de bomenridders stopte de rechtbank vooralsnog het kappen van 180 bomen vanwege procedurefouten door de gemeente Het Hogeland.

Volgens Janse zijn er sinds 2011 vier onderzoeken geweest die uitwijzen dat er van alles mis is met (handhaving van) het kap- en snoeibeleid. ,,Er komen steeds meer aanwijzingen dat de gemeente zich niet houdt aan haar eigen bomen- en natuurbeleid.’’ Hij zegt dat de stichting al geruime tijd tevergeefs probeert de problematiek op hoog ambtelijk en bestuurlijk niveau aan te kaarten.”

Can the University of Groningen and the municipality of Groningen cut 92 trees in the name of sustainability on the Zernikelaan?

Kristin McGee

18 February 2020

The new Zernikelaan project designed by the Rotterdam-based company West 8 for renovations to the Zernike campus is projected to provide a more sustainable, greener, and safer campus including new bike lanes, walking paths and the planting of new trees. At first glance, it appears ideal, as if together, the RUG, Hanzehogeschool and the municipality have materialized a vision in alliance with the city council’s new slogan Gezond, Groen en Gelukkig Groningen (Healthy, Green and Happy Groningen). The plans look very attractive on the university’s’ website where claims of increased sustainability abound.

Yet in December of 2019, on behalf of the university, the municipality requested a permit to fell 92 of the existing trees on the North campus and this occurred after dozens if not hundreds of trees have already been cut in the Zernike campus for new buildings including the “Green” Energy Academy as well as the felling of many municipal trees such as the over 150 trees on the Van Starkenborgh canal. Also, last year, in total, dozens of trees were felled in the RUG center campus near the Harmony complex, the academy building, and behind the social sciences building. The administration claimed that these trees were sick or dangerous and needed be cut, but this reason is almost always given and often such claims are exaggerated, when in reality trees can live decades longer, even those exhibiting the impact of many diseases. The university also failed to provide warning of these tree removals to staff and students. Many complaints were lodged after the trees had been removed.

In fact, the current standardized approach to tree management has meant that even middle-aged trees, such as these trees on the Zernikelaan, are generally cut without attention to their benefits, which far outweigh the possible disadvantages of older trees such as the need for increased monitoring and care. In general, the risk of accidents from older trees is far less than many other work related risks encountered by employees every day, and trees in these urban environments are proven to provide an immense increase in the physical, aesthetic and mental wellbeing of workers, all without posing significant danger to the public. Yet, in the last five years, an increasingly economically minded and generic “risk management” approach has prevailed over the cherishing of older trees gained through an individualized approach. In fact, the current strategy of Groningen’s green division (the same used by the RUG) plans to terminate trees before they reach the age of 30-40 years because of increasing maintenance costs (see the municipal’s letter “benutting biomassa 2013”). And this is certainly not a sustainable approach to a healthy urban forest, where, given the proper care, trees can live to be over a hundred or even two hundred years. There are plenty of examples of mature trees sustained in green cities such as in the UK or in Switzerland.

Certainly the 92 trees on the Zernikelaan are at the prime of their lives (with an average circumference of 35 centimetres and an age of only some 20-40 years) and they provide and will continue to provide myriad and calculable benefits for the environment from greenhouse gas sequestration, water filtration, shade, oxygen, and filtration of air pollution such as large particulate matter. They are also home to many animals and increase the area’s biodiversity. These benefits are all measurable with programs such iTreeTools which reveal the economic values of especially large-stature trees on the local environment – from avoiding water damage, to filtering air pollution, to cooling and heating buildings when needed. In relation to the climate crisis, they absorb a significant amount of greenhouse gases, one of the goals of a sustainable university and city. Further, once these trees are cut, they will certainly be burned as biomass, so not only will they no longer sequester greenhouse gases, their locked-up carbon will be released into the immediate atmosphere in biomass centres such as biomass plants on the Zernike campus.

Recently Martin Specken and Ward van der Houwen, both employed as lecturers a the Hanzehogeschool department of Industrieel Product Ontwerpen (IPO), and who see and enjoy these trees every day, have prepared an extensive dossier objecting to the felling of these trees. Nearly 70 colleagues employed by the RUG and the Hanzehogeschool in organizations like IPO and EnTranCe, as well as employees from Energie van Ons, Bio TX, Building, GOM and others, have signed a petition for the municipality requesting that alternative plans be considered. Not only have they contacted President Jouke de Vries but also the Wethouder van der Schaaf who have either not answered or ignored their requests. Rather van der Schaaf claimed during a council meeting and in an email that the current plans are ‘the most sustainable solution’ and will go forward. Specken and van der Houwen have in fact offered several viable and detailed alternatives to the existing plan which would protect the majority of the existing trees in the northern part of the Zernikelaan and enable new bike and walking paths to be constructed. But so far, these alternatives have not been considered nor acknowledged.

The Bomenridders has also lodged an objection and a hearing is planned for the 28th of February to consider complaints against the felling of these trees. Everyone is invited.

Unfortunately, appointments to speak with others including the project leaders, with the city’s green division and with the president of the University of Groningen have not been forth coming. And despite much talk about creating a greener and more sustainable campus and university, these plans and many others before them have appeared to favour prestigious and expensive new buildings over the preservation of existing wilderness and local trees, especially those large-stature and middle aged trees that are optimized to provide the most benefits to the climate and to the local environment in comparison to any newly planted younger trees.

The Boomwachters and many of the staff of the RUG hope that university takes a more serious and ecologically minded approach that considers the educated ideas of its employees, of its students, and of all of those who live and work nearby and are impacted by its large-scale projects. The current strategy of building, building, building in place of renovating and preserving is not sustainable. Rather with the university’s Green Office, we can think more about consuming less and cherishing what is already here – and especially our trees – whose benefits are often underestimated and unnoticed. Trees should and need to be considered earlier in all new plans – even if this entails an extra initial investment.

We take to heart the new president’s offer, articulated in his interview last year in the UKrant (March 13, 2019), of wanting to hear from current staff and employees. However so far, it appears that the existing hierarchies and channels of communication have only been further reified – and certainly not to the benefit of a truly democratic and more sustainable and greener university campus.

Kristin McGee is Associate Profess of Popular Music Studies, as well as the chair of the Boomwachters Groningen and a collaborating staff member of the Green Office. She hopes to enter into dialogue with university administrators with ideas of how to protect existing trees and plant new ones in light of the many proposed new projects in the center and at the Zernike campus.

Herdenkingsactie voor de bomen bij de Akerk

Beste bomenvrienden,

We zijn allemaal erg teleurgesteld over de uitspraak inzake de bomen bij de A – K E R K. Om deze teleurstelling te uiten zouden wij het mooi vinden de 3 bomen die gekapt worden te eren door ze te voorzien van een rood hart (i.p.v. een groene stip).

Wij willen dit A.S. .W O E N S D A G M I D D A G doen en roepen iedereen op om: een bord met tekst te maken en deze te leggen bij de bomen of een selfie met een van de bomen te plaatsen op onze Facebookpagina of door het leggen van bloemen bij de bomen. Laat ons weten of je meedoet. Individuele acties worden van harte toegejuicht. Hieronder zien jullie foto’s van de bomen die worden gekapt: M1 (Eik), M6 (Kastanje), M8 (Linde – getopt). Boom M9 wordt verplant.

We gaan verder als twee groepen – Boomwachters Groningen en Bomenridders Groningen

Kristin McGee

28 december 2019

Per 1 januari 2020 zal Kristin McGee terugtreden als Voorzitter van Stichting Bomenridders Groningen. Over de reden van dit vertrek en de toekomstplannen leest u in deze brief.

Samen met secretaris Jan Pieter Janse heeft Kristin McGee deze organisatie in 2015 opgericht en in oktober 2016 is de stichting wettelijk geregistreerd. Kristin heeft de rol als voorzitter bijna 5 jaar met overgave en betrokkenheid vervuld. Dit heeft geresulteerd in een beter besef van het belang van plaatselijke bomen en hun benarde positie in een uitdijende stad en een groeiende economie. Tevens is er meer belangstelling ontstaan voor de rol van stedelijk bos in het algemeen. Daarnaast heeft het de aandacht gevestigd op de zeer zorgelijke, toenemende verwoesting van provinciaal bos in Groningen voor korte termijn economisch gewin. Naast individuele activiteiten voor de Stichting heeft zij zich ook samen met secretaris Jan Pieter Janse, penningmeester Wiebe Cazemier en betrokken vrijwilligers, ingezet voor de kritieke situatie van groene beschermde gebieden en bomen zodat deze de afgelopen jaren steeds vaker op de lokale politieke agenda werden gezet.

In de laatste 2 jaar heeft een groeiend conflict binnen het bestuur het echter niet mogelijk gemaakt om taken goed te vervullen. De ongunstige sfeer beïnvloedde de werkzaamheden negatief. Ondanks pogingen om de diverse groepen dichter bij elkaar te brengen, werd het afgelopen jaar duidelijk dat dit conflict niet viel op te lossen. Kristin McGee heeft daarom besloten terug te treden en afstand te nemen van Stichting Bomenridders Groningen. Zij zal met diverse personen en groepen die met de stichting verbonden zijn blijven samenwerken. Om dit te bewerkstelligen zal de komende maanden een nieuwe stichting worden opgericht met de naam Stichting Boomwachters Groningen.

Deze nieuwe stichting gaat door met het organiseren van evenementen en zelfde type projecten zoals die zijn ontwikkeld met de Bomenridders Groningen. Kortom, het blijven werken aan het beïnvloeden van de wetgeving, zodat het moeilijker wordt om kostbare bomen te kappen, die een habitat bieden aan de plaatselijke fauna, een gezonde leefomgeving voor bewoners creëren, een esthetische bijdrage leveren aan de versteende stad en die waarschijnlijk een van de beste middelen in de strijd tegen de klimaatcrisis van de komende jaren zullen blijken te zijn. Een aantal van de nieuwe doelen zal zijn:

  • de wettelijke criteria voor het verlenen van vergunningen te veranderen door de impact op het milieu van bomenkap mee te nemen in de vergunning, zoals het vrijkomen in de lucht van stikstof en CO2.
  • het verhogen van de compensatie voor het kappen van monumentale bomen, zodat het behoud van oudere bomen aantrekkelijker wordt dan vervanging.
  • een halt toeroepen aan de versoepeling in de vergunningenverstrekking, zoals in de afgelopen jaren in Haren en Westerwolde het geval was, waar het nu te gemakkelijker is om bomen op privégrond te verwijderen.
  • een betere en professionelere inventarisatie van het plaatselijke bomenbestand te borgen, gebaseerd op jaarlijkse tellingen, om de bestaande omvang van de boomkruinlaag op peil te houden.
  • het veranderen van vereisten waaraan inwoners moeten voldoen als zij beroep aantekenen tegen het verlenen van een kapvergunning. Bijvoorbeeld om als bezwaar hebbende ontvankelijk te worden aangemerkt, zoals nu beschreven in de zichtbaarheidsclausule is deze misleidend en verouderd.

Wij hopen dat u deze nieuwe stichting wilt blijven steunen onder een nieuwe naam: Stichting Boomwachters Groningen

We hopen velen van u in de komende maanden te ontmoeten, desgewenst als vrijwilliger bij de Stichting Boomwachters Groningen, hetzij als bestuurslid, hetzij in een werkgroep. Neem wanneer u maar wilt contact met op via

Met vriendelijke groet,

Kristin McGee,

Vertrekkend voorzitter Stichting Bomenridders Groningen

Rechtszaak bomen Akerkhof dient donderdag 12 december 2019

De zitting over de rechtszaak tegen de kap van 5 bomen en het verplanten van 1 boom van de Akerkhof is gepland op donderdag 12 december 2019 om 11.00 uur aan het Guyotplein 1 in Groningen. Iedereen is uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn. Tijdens de zitting zullen drie rechters vragen stellen aan de gemeente en Bomenridders Groningen over een onderzoek gedaan door het STAB over de staat van de 6 bomen.

Via de pers vernamen wij dat de gemeente alvast een voorschot neemt op deze rechtszaak. Ze geeft aan door te gaan met haar plan en zal niet 5 maar 3 bomen kappen. Wij zijn zeer verbaasd en vinden dat de gemeente de rechtszaak moet afwachten omdat dan duidelijk wordt of en hoeveel bomen zullen worden gekapt. Onlangs spraken De Bomenridders, op uitnodiging van de gemeente, met de advocaat van de gemeente. Nogmaals gaven wij aan alle 5 bomen van de Akerk te willen behouden en niet in te willen gaan op het alternatieve plan dat twee boomdeskundigen begin november aan de gemeente hadden voorgelegd.

Lees hier het betreffende bericht van de gemeente Groningen in het Dagblad van Noorden van 6 november 2019.

Bescherm ons Groningse Stadspark!

2 november 2019

Op 9 oktober 2019 spraken leden van een werkgroep die lobbyt voor de bescherming van bomen en natuur in het Stadspark Groningen, met de Gemeenteraad over hun zorgen aangaande mogelijke renovatiewerkzaamheden en aanpassingen aan het Stadspark. Dit naar aanleiding van een tussentijds uitgebrachte Collegebrief (d.d. 19-09-2019) over de visie op het Stadspark die besproken in de Gecombineerde Raadscommissievergadering d.d. 09-10-2019 en waaraan in tweede instantie was gerefereerd op de plenaire Raadsvergadering van woensdag 30 oktober 2019. Daarbij werd bijzondere aandacht besteed aan de vrees dat het park zou veranderen in een locatie voor commerciële evenementen met een grotere impact van menselijke activiteiten, zoals grootschalige muziekfestivals. In een tweede raadsvergadering van 30 oktober 2019, zijn deze zorgen besproken door de raadsleden. De Partij voor de Dieren diende tevens vier moties in om de natuurgebieden,  dieren en bomen in het park te beschermen tegen de exploitatie ervan voor meer evenementen. Wij steunen deze moties en hebben deze hieronder gepubliceerd. De definitieve besluitvorming over de voorgestelde plannen voor het Stadspark vindt plaats in 2020. 

Twee aanvullende brieven zijn ook onder de aandacht gebracht van de Gemeenteraad van Groningen. We voegen deze hierbij. Beide brieven zijn geschreven door de heer E.M. Vroom.

Parken in perspectief (9-10-2019)

Politiek Groningen gaat zich binnenkort wederom buigen over de toekomst en functionering van het Groninger Stadspark. In Groningen is de discussie over de stedelijke parken (met name het Stadspark) al vorig jaar (2018) door de gemeente formeel ingezet met een openbare bijeenkomst. Boven verwachting bleek daarvoor veel publieke belangstelling. Intern zal er zeker al veel langer zijn nagedacht over vragen rond de rol van stedelijke parken in een al bestaande toekomst met meer warme zomers, met ook meer meest jeugdig publiek (studentenstad) dat de hete en steeds meer volgebouwde binnenstad wil ontvluchten en zoekt naar al dan niet actief vertier in de buitenlucht (individueel en/of via collectieve happenings). Daarmee komt de oorspronkelijke parkfunctie te weten buitenbeleving, serene rust en natuur wel onder druk te staan.

Onlangs (7 maart 2019) verscheen in het ROm (Magazine Ruimtelijke Ordening) onder de titel ‘Geen loopje met veiligheid in het Park’ een artikel over enige bijeffecten m.b.t. de veronderstelde en als trend vastgestelde veranderende functie van de stedelijke parken. Het ROm verklaart overigens zichzelf tot vakblad voor al degenen die werken in bedrijven, instellingen en bij overheden die te maken hebben met aspecten van Ruimtelijke Ordening. Het artikel vormt een nuttig inkijkje in hoe in een kennelijke kweekvijver van beleidsvoornemens, allerlei beleid wordt beargumenteerd en panklaar voorbereid alvorens het in politieke arena’s ‘democratisch’ (voor de bevolking) kan worden opgediend om het daarna formeel af te kunnen vinken.

Het artikel wilde vooral aandacht vragen voor de nog onvoldoende meegenomen ‘veiligheidsaspecten’ die in parken ‘nieuwe stijl’ zouden gaan spelen. Daarmee leek de overstap naar een parkmodel nieuwe stijl al niet meer ter discussie te staan. De verandering van ‘oude’ naar ‘nieuwe’ stijl bleek gelet op de toon van het artikel inmiddels een gelopen race. Door de schrijvers van het artikel werden in de bewust gekozen beeldvorming de parken ‘oude stijl’, waar rust en natuurlijke uitstraling de boventoon voerden als oubollig afgeserveerd. Een nostalgische prent moest dit ingenomen standpunt nog eens onderstrepen.

Parken ‘nieuwe stijl’ werden neergezet als plekken waar met name jongeren zich actief konden gaan uitleven in allerhande sporten en festivals. Door al die activiteiten zou het nodig worden om bezigheden in banen te leiden en via parcoursen te kanaliseren. Dus infrastructuur met aparte routes voor de diverse gebruikersgroepen als wandelaars, fietsers en actieve sporters ter voorkoming van ongeluk en irritatie. Daarmee zou dus het park voor enkele maanden per jaar een druk pretpark zijn en voor de rest van het jaar een uitgestorven infrastructureel versteend hoogstandje.

Over natuur en de functie rust was in het artikel niets te vinden. Terwijl druk, druk, druk en vooral druk in je hoofd toch in de moderniteit van vandaag een erkend probleem lijkt te zijn geworden. Dit bleek ook al bij de openbare bijeenkomst in het Groninger Stadsparkpaviljoen vorig jaar. Terwijl gemeentelijke ambtenaren en voorlichters hun best deden om voorzichtig tipjes van sluiers op te lichten en de bedenkingen van burgers ontlokkend te inventariseren (kennelijk om weerstanden in kaart te kunnen brengen), vroegen sommige alerte burgers zich af waarom Stadsecologisch beleid niet was vertegenwoordigd in de meeting. Een enkeling erkende zelfs niet te weten of en zo ja wie toch de Stadsecoloog in Groningen was, zodat het stedelijk natuurbeleid een gezicht kon krijgen. Dit maakte pijnlijk duidelijk dat daar waar Ruimtelijke ordening of Stadsbeheer aan de bak zijn, de afdeling stadsecologie en dus de factor natuur een doorbetaalde snipperdag krijgt. Bij het onderdeel ‘stadsvernieuwing binnenstad’ hetzelfde laken en pak.

Zou het niet een goed idee zijn om her en der in de stad plekken te reserveren voor actieve ontspanning en structureel rustieke parken nieuw aan te leggen die maathouden met de groei van de stedelijke binnenstad. Ooit was het Stadspark toereikend voor de stad van toen. Door de bevolkingstoename zijn de parken (is de oorspronkelijke en essentiële functie park) niet meegegroeid. Misschien zijn in natuurvriendelijke groenvoorziening ingepakte campussen bij studentencentra een veel meer geëigende plek om met activiteit een druk hoofd leeg te maken en hormonen tot kalmte te manen en worden daarmee jaarrond veel meer vliegen in één klap geslagen.

Willen we natuur behouden in ook het stedelijk gebied (Europa en Rio leggen ons die biodiversiteitsopgave op) dan moeten we accepteren dat vrije natuur z’n eigen wetten en RO regels heeft en niet gediend is van en met opgelegde vergaande al te slimme functiedeling. Kortom: geef Natuur z’n eigen Ruimte (lijke Ordening) en ze zal ons kostenloos van dienst zijn.

Eppo M. Vroom


Foto – Ruurd Zeinstra

Brief aan de raadsfracties en College Gem. Groningen – Stadspark

Aan:  Raadsfracties en College Gem. Groningen

Ter zake vergadering Gecombineerde Raadscommissie d.d. 09-10-2019

Betreffende het agendapunt Stadspark

Geachte leden van de aanzittende commissies (uit Raad Groningen) en betrokken wethouder(s),

Ten aanzien van het agendapunt ‘Stadspark’, stuur ik u hierbij tekst, c.q. commentaar toe. Dit naar aanleiding van de bovenstaand genoemde vergadering en bespreking van het agendapunt Stadspark. Dit item was middels een eerdere Collegebrief (19-09-2019) aangekaart.

Bij doorlezing van de Collegebrief ter zake, willen wij het volgende benadrukken:

Het Collegestuk vertoont een aantal tegenstrijdigheden. Enerzijds wordt naar verluid vastgehouden aan de visie, anderzijds worden bewust veel elementen ingebracht die een herijking nodig zouden moeten maken waardoor de visie in feite wezenlijk geweld wordt aangedaan. De visie die er was is door gebrek aan middelen onvolledig uitgevoerd en tussentijds wordt wat er nog aan braakliggende visie was, herijkt; een eufemisme voor een herziening van de visie.

Geconstateerd wordt dat er door bouwlust, bedrijvigheid en evenement druk komt op natuurlijk gebied in en rond de binnenstad en om die druk (in een bijna te laat stadium) te verlichten wordt de druk verlegd naar daar waar er iets meer decentraal nog natuurlijke ruimte beschikbaar is. Als argument wordt de nu eenmaal groeiende stenige stad als onbetwistbaar en onbespreekbaar uitgangspunt aangevoerd. Het groeimodel als evangelie.

Het is voelbaar dat het College aanstuurt op een verdere benutting van het Stadspark voor met name intensivering van het recreatief gebruik en bezoek, voor facilitering van evenementen en voor het inbrengen van bebouwing. Het park wordt voor efficiëntere benutting vervolgens opgeknipt naar functies. Gesteld wordt dat de natuurwaarde (genoemd worden: biodiversiteit, ecologische- en klimaat- dempende waarde) versterkt moet worden, anderzijds wordt de min of meer robuustere natuur verdreven naar één segment uit de taart en dus gekortwiekt. Over de potentie qua natuur (dus uitbreiding van deze waarde) wordt al helemaal niet gerept. Er is vooral potentie voor entertainment.

Dat zoiets als een stadspark als groene long (zuiverend, afkoelend, opslag van biodiversiteit, afwezigheid van hectiek, etc.) een eigenstandige functie heeft voor de gehele stad wordt gemist. Het is meer van: we willen ontsnappen aan de binnenstad met de hectiek die ons eigen is, en ……oh ja daar is het stadspark, een nutteloos braakliggend gebied waarin toch te weinig gebeurt, laten we daarheen verhuizen en vervolgens erin leeglopen.

Het argument is: de stad heeft recht op het park voor iedereen wat wils, dus vertrekt ook in dat kielzog de stedelijkheid mee daarheen. Nog meer stedelijkheid en nog minder natuurwaarde.

Ooit zag grootindustrieel Scholten het scherp. Hij gaf de stad een groot park voor ontspanning en contact met het natuurlijke buiten. Het park was qua omvang aanzienlijk ten opzichte van de toenmalige stenen stad.

De woningen voor minder welgestelden waren hokkerig en de leefomgeving was benauwd. Voor hen was nu ook natuurbeleving, frisse lucht en vergezicht beschikbaar. Inmiddels is de stad al vele malen gegroeid en om het park heen gedrapeerd. Het park is relatief t.o.v. de stad verkleind. Bovendien wordt het park nu opgeknipt en verkaveld naar functies die strijdig zijn met natuurwaarde, natuurontwikkeling en natuurbeleving.

Te zeggen dat de trends en de publiekswensen nu anders zijn is te gemakkelijk: u vraagt, wij draaien? Op andere terreinen kan de overheid wel optreden tegenover gewoonten en trends: anti-rook en autoluw beleid. Er is dus klaarblijkelijk een gemeentelijk eigenbelang: ‘Marke-ting-eling Groningen’ moet geld in het laadje brengen.

De wens tot evenement en sneller vertier is begrijpelijk, maar gemeente, maak dan terreinen buiten de stedelijkheid daartoe beschikbaar en zorg voor openbaar vervoer en toegankelijkheid. Dáár een filmtheater, zandstrandje, sportactiviteit en nog wat bomen toe.

Als ook het Stadspark is uitgeknepen, komen dan de begraafplaatsen in beeld? Bomen, natuur, rust en relatief veel ha en voor de rest ligt het daar ook maar een beetje onbenut stil te wezen, zou zo maar iemand uit de op dynamiek, ontwikkeling en slimme functiedeling gerichte wereld van de een of andere naar uitbreiding en intensivering smachtende afdeling RO kunnen bedenken.

Met vriendelijke groet,

E. M. Vroom

Mede namens een kring van aan Bomenridders gerelateerde verontruste burgers waaronder inspreekster ter zitting op 09-10-2019.

Motie – Partij voor de Dieren – Bescherming voor bomen en beestjes tijdens feestjes

Motie Partij voor de Dieren – Geen bomenkap in het Stadspark



DOE MEE 27 NOV 2019 OP DE GROTE MARKT IN GRONINGEN met onze actie tegen het gebruik van bomen voor biomassa in de energietransitie en voor een beter boom beschermend beleid en uitvoering.

Wat: actie om de bomen in Groningen te beschermen tegen het gebruik voor biomassa en voor een nieuw beleid en uitvoering dat bomen goed beschermt en onderhoudt.

Waar: Grote markt, Groningen

Wanneer: 27 nov 2019

Tijd: 16:00-17:00

Facebook updates:

We weten dat biomassa niet duurzaam is en dat het ten koste gaat van bomen in onze straten, parken en plantsoenen. Het kappen van bomen voor biomassa vernietigt onze bossen en natuurgebieden.

Tijdens deze actie is er muziek en poëzie te horen van lokale kunstenaars. Verder zal Hans van der Lans, bioloog, natuurbeschermer en bos expert, een speech houden met als thema Biomassa behoort het bos toe.


DOE MEE en laat de gemeente en provincie weten dat onze bomen beter beschermd en niet als biomassa gebruikt moeten worden. Het huidige beleid veroorzaakt onomkeerbaar beschadigen van lokale bomen en ontbossing in parken en natuurgebieden, niet alleen in Nederland maar overal ter wereld.


Wij, inwoners van Groningen, en de wetenschappelijke gemeenschap hebben voortdurend gewaarschuwd tegen deze mythe van biomassa als bron van duurzame energie, maar het lijkt erop dat onze nationale en lokale overheden niet willen luisteren. Erger nog, het voortdurende gebruik van hout als biomassa in onze energiecentrales heeft nu al geleid tot gezondheidsproblemen, luchtvervuiling, verlies van biodiversiteit (verhoogde sterfte onder vogels) en massale ontbossing: lokaal, nationaal, maar ook internationaal. Lokaal heeft het ook geleid tot het voortijdig kappen van gezonde bomen in stad en provincie, en tot het veel te rigoureus snoeien (en daarmee onomkeerbaar beschadigen) van bomen die nog wel mogen blijven staan. De omvangrijke subsidies voor biomassa als energiebron hebben ons lokale ‘stadsbosbeheer’ ertoe verleid om bomen te kappen, in plaats van ze te beschermen – dit staat zelfs sinds 2013 zwart op wit in de rapportage “Benutting Biomassa” van de gemeente Groningen. De subsidies voor biomassa moeten onmiddellijk worden ingetrokken – dit is een onontkoombaar feit dat onze politici niet onder ogen willen zien, zelfs nu sommige gemeenten in Nederland en andere landen al beginnen met het sluiten van biomassacentrales (kijk bijvoorbeeld naar Vattenfall bij Amsterdam – “Strengere eisen voor biomassacentrale Diemen” in dit jaar).

Er is maar één conclusie mogelijk: Biomassa is een ramp voor het klimaat, voor de dierenwereld en voor de mens. Biomassa is een ramp voor onze toekomst.

Kap populier – Lewenborg oct 2019
bomen als biomassa


In een recent document (4-9-2019) genaamd “Biomassa,” opgesteld door de vorige burgemeester en wethouders, werden de volgende drie vragen gesteld:

1. Is de biomassa duurzaam en regionaal?

2. Is biomassa als energiebron duurzaam?

3. Kan het college toezeggen dat de hoeveelheid biomassa niet stijgt als het aandeel hernieuwbaar energie stijgt?

We weten allemaal wat het antwoord op deze vragen was – op alle drie een categorisch NEE.

De wetenschappelijke gemeenschap heeft al ruimschoots aangetoond dat biomassa als energiebron niet duurzaam is. Ik zal hier enkele van de tientallen voorbeelden citeren:

Citaat afkomstig van de EASAC “European Academies Science Advisory Council”:

“De miljardensubsidies die Nederland in biomassacentrales stopt zijn weggegooid geld, concludeert de Europese koepel van wetenschappers. Energie opwekken met hout uit bossen zorgt voor meer CO2-uitstoot dan kolen en gas. Het is een waanidee dat het verbranden van biomassa duurzaam is” (‘Miljardensubsidies voor biomassa zijn weggegooid geld’).

Een tweede citaat:

“De stikstofcommissie van Johan Remkes adviseerde het kabinet vorige week ook al om te stoppen met subsidies voor het bijstoken van biomassa.” (‘Miljardensubsidies voor biomassa zijn weggegooid geld’, 03-10-19,

Het college heeft in het bovengenoemde document toegegeven dat het onmogelijk is om te garanderen dat de biomassa niet toeneemt als de vraag naar hernieuwbare energie stijgt. Dat is nogal wiedes, omdat het plan namelijk expliciet afhangt van een massale toename van het gebruik van hout als energiebron. In feite:

  • Vereist dit plan een verdubbeling van de bijdrage van hout aan zogenaamde hernieuwbare energie van 15% (2016) naar 30% in 2035, en in 2050 zal zelfs 50% van alle energie uit biomassa moeten komen (“Vol ambitie…”)

Het is overduidelijk dat dit niet lokaal en duurzaam is, want we hebben op dit moment in Nederland relatief weinig bomen, en dat aantal bomen daalt alarmerend snel. Het eigen pilotproject van de gemeente in Kardinge liet zien dat lokaal hout bij lange na niet genoeg is om de ovens van één zwembad brandend te houden. In de hele gemeente wordt er zo’n 4500 ton hout per jaar geoogst, en in Kardinge was er 1000 ton per jaar nodig. Reken maar uit. Dat is bijna een kwart van de provinciale houtoogst.

Hier een paar belangrijke kengetallen:

Stadspark Groningen



Slechts 11% van het landoppervlak in Nederland is bos, het op één na laagste percentage van alle Europese landen (Bron: Staatsbosbeheer)

Sinds 2013 heeft Nederland 5400 hectare, ofwel 3% bos verloren, terwijl we maar 365.000 hectare hebben (Bron: Wageningen Research)

In 2014 beheerde Staatsbosbeheer 99.000 hectare bos in Nederland, waaruit ze 900.000 ton heeft geoogst in 2013; in 2020 is het de bedoeling om 1.700.000 ton, ofwel 70% van ‘bijgroei’ te oogsten (Bron: Probos – Kerngegevens Bos en Hout in Nederland 2014 en Staatsbosbeheer: Dossier Biomassa)

In zeven jaar tijd is dit bijna een verdubbeling van de huidige nationale houtoogst. En we hebben al een van de laagste percentages bos van heel Europa.


Sinds 2013 heeft GRONINGEN meer dan 1000 hectare bos verloren. Dit is bijna 10% verlies. Sinds 2009 is er 17% van al het bos verloren gegaan (Bron: “Nederlandse Bos als bron van C02”, Wageningen Onderzoek)

Tussen 2014 en 2018 heeft de gemeente Groningen 7185 bomen gekapt of toestemming voor het kappen gegeven – veel daarvan waren grote, volwassen, en soms zelfs monumentale bomen (Bron: Bladgoud 2018)


“Actieplan bos en hout: een nieuwe productiemarkt opzetten om onze klimaat doelen te bereiken” (Probos 2017)

“Benutten biomassa” brief van de gemeente naar B en W (Gemeente 2012)

“Bladgoud: Groningen boombeheer evaluatie 2014-2017” (Gemeente Groningen 2018)

“Dossier Biomassa” (Staatsbosbeheer website, 2019)

“Het Nederlandse bos als bron van C02” (Schelhaas et al, Wageningen University 2017)

“Inleiding Biomassa” (Federatie Particuliere Grondbezit 2017)

“Kerngegevens bos en hout in Nederland” (Probos 2014)

“Massale bomenkap bedreig ons bos” (Dagblad van het Noorden, april 2018)

‘Miljardensubsidies voor biomassa zijn weggegooid geld’ Annemieke van Dongen en Chris van Mersbergen ( 03-10-19)

 “Vol Ambitie – op weg naar transitie, energie transitie provincie Groningen – de tussenstand 2016-2019” (Provincie Groningen 2018)

“Ook in Nederland vindt ontbossing plaats.” 2017. Wageningen Universiteit.Wageningen Environmental Research (Alterra): “Alles bij elkaar komen we tot de conclusie dat tussen 2013 en 2017 de Nederlandse bosoppervlakte netto met zo’n 5400 hectare is afgenomen, dat is gemiddeld 1350 hectare per jaar,” zegt bosbouwkundig onderzoeker Eric Arets van Wageningen Environmental Research (Alterra)”

“Probos: Biomassapotentieel – NBLH-sector in 2020 en 2050” (Martijn Boosten & Jan Oldenburger, Wageningen Universiteit, mei 2014)

“RIVM Waarschuwt voor biomassa: Het kan de gezondheid dreigen” (Frank Steven Trouw 9 mei 2018)

“Strengere eisen voor biomassacentrale Diemen: De nieuwe biomassacentrale bij Diemen zal lokaal bijna geen luchtvervuiling veroorzaken en uiterlijk in 2045 stopt energiebedrijf Vattenfall met biomassa” ( Bart van Zoelen Het Parool, 27 juni 2019)

 “Waarom Biomassa een groter klimaatkiller is dan steenkool” (Emiel Woutersen, Daphné Dupont-Nivet en Frank Straver, Trouw, 22 november 2017 )

Zembla: Bos als Brandstof (22 maart 2017)

“Beleidsregels APVG-vellen van een houtopstand” (groen compensatieregels).

“Benutting biomassastromen uit gemeentelijk groenbeheer.” Brief van B en W Groningen College. 24 mei 2012.

Dijk, Thomas van. 2017. “Ontbost Nederland inderdaad even snel als het Amazongebied?”. Volkskrant (29 sept 2017).

“Evaluatie boombeheer 2013.” Gemeente Groningen.

“Europe 2020 Indicators: Climate and Energy.” 2017. Euostat – Statistics Explained:

 “Mededeling van het voornemen aan het bevoegd gezag in het kader van de M.E.R.-procedure voor de verhoging van het aandeel biomassa in de RWE Eemshavencentrale in opdracht van RWE Eemshaven Holding II B.V.” brief geschreven door de Gemeente Groningen, juli 2017.   (Brief rond 15% naar 30% toeneem – biomass)

Schelhaas, Mart-Jan, Eric Arets en Henk Kramer. “Het Nederlandse Bos als Bron van Co2.” (Wageningen Environmental Research) Vakblad Natuur Bos Landschap. September 2017.

Parkrenovatie (ahum… parkvernietiging) in Hoogezand en overal in de Provincie Groningen

Kristin McGee

22 september 2019

De renovatie van veel parken in de provincie Groningen heeft de laatste jaren voor veel klachten en onrust gezorgd, omdat omwonenden hun gekoesterde parken getransformeerd zien worden tot open ruimtes met minder en minder volwassen bomen, en waar zelfs veel ondergroei en struiken grondig verwijderd worden. Een recent voorbeeld is het Stadspark in Groningen, waar een renovatie gaande is, waarbij tientallen grote bomen gekapt zijn of op de kaplijst staan. In het Hoorsemeergebied zijn ook nog eens tientallen, zo niet honderden grote bomen, sommige monumentaal, gekapt voor renovatie nabij het Hampshire Hotel. In Haren zijn in het Hendrik de Vries Plantsoen de afgelopen drie jaar ongeveer de helft van de volwassen bomen gerooid, samen met een groot deel van de ondergroei en planten. De opgegeven redenen voor dergelijke kaalkap zijn altijd hetzelfde: veiligheid, achterstallig onderhoud en de behoefte een zichtlijn te creëren. Alsof het nodig is dwars door een park heen te kunnen kijken in tijden van klimaatverandering, hitte-eilanden, verminderde biodiversiteit en vervuiling in de vorm van CO2- en stikstofuitstoot. Deze parken vervullen een vitale rol in de vastlegging van deze vervuiling en zijn een biotoop voor dieren en vogels. Kortom, ze dragen bij aan de gezondheid van het milieu, de samenleving en het individu, en zijn als recreatiegebied ook zeer geliefd.

Kap van 86 Bomen in het Oosterpark in Hoogezand

In mei van 2019 hebben de gemeentes Midden-Groningen in Hoogezand de vergunning aangekondigd voor het kappen van 86 bomen in het gekoesterde Oosterpark in Hoogezand. In plaats van de omwonenden te informeren met een brief, is de procedure tegenwoordig een buurtcomité aan te wijzen, welke als contactpunt voor de gemeente fungeert. Dit betekent het aanwezen van leden, veelal leden van de regerende politieke partij, en behartigen dus niet de belangen van de omwonenden, maar zijn meer een soort spreekbuis voor de gemeente. In het geval van dit park wisten de omwonenden niets van de plannen voor het kappen van de 86 bomen, en was het te laat een bezwaar in te dienen. Sindsdien zijn tientallen van de volwassen bomen gekapt en is veel van de ondergroei verwijderd. Zoals gebruikelijk worden dezelfde smoesjes van veiligheid, zieke bomen en achterstallig onderhoud gebruikt.

Het zijn zorgelijke tijden waarin onze lokale overheden hetgeen ons lichamelijk en geestelijk gezond houdt, vervangt met open grasvelden en een paar overgebleven bomen. Dit staat lijnrecht tegenover wat we mogen verwachten van de volksvertegenwoordiging in tijden van klimaatcrisis en achteruitgang van biodiversiteit.

Zie hieronder voor een aantal brieven geschreven door inwoners van Hoogezand, met verzoek tot het staken van de kap. Deze brieven beschrijven terecht hoe de gemeente faalt in haar taak de over tientallen jaren gevormde diversiteit en statigheid van het park te beschermen en respecteren. Wij staan solidair met de schrijvers van deze brieven en eisen dat onze volksvertegenwoordiging in plaats van kortzichtig en destructief denkt, een toekomstvisie aanneemt en onze statige bomen en parken, en daarmee het woon- en leefplezier in een druk stedelijk gebied, beschermt.

Bezwaar brief van een bewonner en plantenecoloog

Geachte burgemeester A. Hoogendoorn,

Geachte leden van de buurtcommissie,

Geachte mijnheer G. Kievitsbosch,

Hierbij wil ik reageren op grootschalige veranderingen in het kader van het Herstelplan Oosterpark.

Ik ken het park vanaf 2000 en heb er de afgelopen jaren bijna dagelijks doorgelopen. Ik heb het park altijd gewaardeerd vanwege de bijzondere aanplant. Enerzijds is de inrichting gebaseerd op een enigszins afgesloten rand, en dichte bospercelen op onder andere de hoeken waardoorheen de paden lopen die toegang geven tot de meer open binnenruimte. Daarmee zijn de volwassen bomen en struiken karakteristiek voor dit park. Anderzijds wil ik opmerken dat er veel bijzondere bomen, struiken en kruidachtigen planten in het park aanwezig zijn (of waren). Ik wil enkele voorbeelden noemen: de Ginkgo biloba, waarvan zowel mannelijke als vrouwelijke bomen aangeplant zijn waardoor ook vruchtzetting kan plaatsvinden (ik ken die bijzondere combinatie ook van de Hortus in Leiden), de Moerascipressen (Taxodium distichum) die een indrukwekkend formaat hebben en bijzondere luchtwortels ontwikkeld hebben, de Diervilla sesilifoliadie een bijzondere vertegenwoordiger is van een familie die wereldwijd maar 2-3 soorten kent, en de Amberboom (Liquidamber styraciflua) die bijzonder is vanwege het economisch gebruik. Naast leeftijd is ook de groeivorm van groot belang. De aanplant van deze bomen is mijns inziens uniek, met veel oog voor vorm en variatie. Hoogezand zou heel trots moeten zijn op een dergelijk park met een bijzondere combinatie van volwassen bomen.

We moeten ons verder realiseren dat planten verdwijnen en andere planten hun intrede doen. In een bos kan ik me voorstellen dat selectieve kap plaatsvindt van exoten. In een park zijn andere maatstaven van toepassing en is er juist plaats voor exoten. Bovendien is het de vraag wat als maatstaf gebruikt wordt. In het park komen bomen voor die in verschillende periodes in ons land zijn gearriveerd en ingeburgerd. Dat is geen enkel probleem. Hoe verder terug in de tijd, hoe minder soorten we dan zouden moeten accepteren (en zou Den en Berk overblijven).

Ik ben geen deskundige op het gebied van plantenziektes (ik ben als plantenecoloog opgeleid), maar betwijfel of er sprake is van grootschalige ziektes. We moeten bovendien bedenken dat bomen voor een groot deel uit dood hout bestaan (we noemen dat kernhout) en dat het geen probleem is als dit deel van de boom (deels) wegrot. Weliswaar wordt daarmee de opslag wat gereduceerd, maar de stevigheid en vitaliteit van deze bomen is prima (een holle pijp is steviger dan een massieve). De natuur is gebaat bij samenleven van planten en dieren. Dood hout is daarbij van grote waarde. Ik kan me voorstellen dat men in een park daar gereserveerd over denkt, maar een enkele liggende dode boom of enkele dode takken vervullen een belangrijke rol bij voeding en voortplanting van dieren. Zo heb ik regelmatig de Grote bonte specht in het park gezien en gehoord. Maar deze vogel heeft wel hout nodig dat dood is.

Het argument dat bomen niet bij het (oorspronkelijke) plan horen, dan wel niet inheems zijn, is discutabel. Uiteraard kun je planten verwijderen omdat ze in een latere fase van de ontwikkeling van het park zijn toegevoegd, maar we moeten heel zuinig zijn op volwassen bomen. Het is inmiddels duidelijk dat het klimaat aan het veranderen is en dat we ons oprecht grote zorgen moeten maken over onze toekomst. Bij de pogingen om de concentratie COniet verder te laten stijgen wordt veel waarde gehecht aan het behoud van bomen en bossen. Helaas ontbreekt vaak de kennis over de natuur en is de betrokkenheid beperkt waardoor waardevolle natuur dagelijks verloren gaat. We zijn het aan onze kinderen verplicht zorg te dragen voor onze toekomst. Het koesteren van een mooi en bijzonder park is in dat kader een waardevolle bijdrage waar we zelf verantwoordelijkheid voor kunnen nemen.

Namens mezelf en bezorgde buurtgenoten zou ik willen vragen om alle bomen en struiken die nog niet gekapt zijn, te behouden.

Ik ben graag bereid een mondelinge toelichting te geven wanneer daar behoefte aan is.

Met vriendelijke groet,

Tweede bezwaar brief door Hoogezand wijk bewoner Anit Pluimert

Geacht buurtcomité,

Met veel genoegen loop ik al 45 jaar rond in het monumentale Oosterpark.  Door bezuinigingen van de laatste jaren is het park zichtbaar slecht onderhouden. In het verleden werd onderhoudt door de gemeentelijke plantsoenendienst gedaan, mensen die trots waren op hun werk. Er bloeiden altijd rijkelijk bloemen in het bijzonder de prachtige Rododendrons. Ongeveer 2 jaar geleden werd tot mijn schrik een groot deel rigoureus met de grond gelijk gemaakt of weggehaald. Ze stonden hier al vanaf het begin en waren absoluut niet ziek. Bij navraag aan buurtbewoners hoorde ik over de buurtcommissie.  Bewoners wilden meer doorkijk, want wel zo veilig en je kan dan tenminste de overkant zien. Dat daar monumentale bomen en struiken voor moeten sneuvelen en ik ben zeker niet de enige omwonende, vind ik hartverscheurend.  Indertijd kon ik er verder geen informatie over vinden en was mij uw website niet bekend.

Bij terugkomst van vakantie deze zomer zag ik tot mijn grote schrik dat zo’n beetje het hele park kaal gemaakt wordt. Op de site, die ik doorkreeg na de gemeente gebeld te hebben, zie ik het “herstelplan” van de gemeente in samenwerking met de buurtcommissie Oosterpark. Als randbewoner was ik hier graag eerder van op de hoogte gebracht.

De 4 grote moerascipressen (omvang 3 tot 3.40 meter) staan er al vanaf 1932. Deze zijn zeer beeldbepalend en kunnen zeer oud (1000 tot 2000 jaar) worden. Volgens het plan moeten hiervan 3 stuks worden gekapt maar volgens mij zien ze er gezond uit.

Denkend aan “verbeter de wereld begin bij jezelf”, bijensterfte, verontrustende achteruitgang insecten- en vogelstand, bomenkap (actueel kappen en brandende amazonegebied), maak ik me oprecht heel bezorgd. Met onze vinger beschuldigend wijzend naar Brazilië geven wij blijk van onze hypocrisie. 

Bomen zijn de filters van ons vervuilende systeem, ze houden fijnstof vast afkomstig van allerhande uitstootgassen. De opname van fijnstof en gasvormige luchtveromtreiniging is in sterke mate afhankelijk van het totaal aanwezige bladoppervlak. Bomen met naalden (o.a.cipressen, coniferen) zijn bij uitstek geschikt voor het wegvangen van fijnstof. Bomen filteren koolstofdioxide uit de lucht, zetten deze vast in het hout en geven zuurstof vrij.

De bladeren houden bij regen een deel van het water vast en verdampen dit na de regenbui waardoor er minder snel wateroverlast optreedt. Het wortelgestel houdt de bovenste grondlaag bijeen en zorgt voor een grote wateropname zodat er geen irrigatie optreedt. 

Bomen houden met hun bladerdek het directe zonlicht tegen zodat overtollige verdamping en uitdroging van de bodem voorkomen worden. Bomen creëren een rustgevende sfeer en hebben een grote esthetische waarde. Bomen zorgen voor een enorme biodiversiteit en geven beschutting en voedsel aan heel wat dieren. Vogels bouwen er hun nest, insecten leven van de bladeren of het hout. De specht, een beschermde vogel , huist in de te kappen bomen .

Gezien de bovengeschetste functies van bomen zou zelfs het vervangen ervan door jonge (kleine) exemplaren voor elke gekapte boom alle functies niet kunnen compenseren. In dit geval worden er 60 gekapt en 18 vervangen.

Vorig najaar zijn in de Zuiderlaan vele grote gezonde esdoorns (waaronder zeldzame rode platanen) gekapt.  Dit volgens de Gemeente in verband met de “veiligheid”(?).  Een groot deel van de hierin gehuisde vogels is hoogst waarschijnlijk naar bomen in  het Oosterpark gemigreerd. Uit de informatie op u website maak ik op dat ook gevreesd moet worden voor het behoud van de bomen aan het oostelijk deel van de Zuiderlaan, er is namelijk achterstand onderhoud geconstateerd. Is het niet mogelijk dit door middel van snoeibeurten, kap te voorkomen?

Vogelstand dramatisch achteruit

Het gaat nog steeds bergafwaarts met de vogels in Europa en ook in Nederland. Op 20 mei 2015 werd door de Europese Commissie een grootschalig onderzoek gepresenteerd waaruit blijkt dat maar liefst één op de drie vogelsoorten in Europa wordt bedreigd. De belangrijkste oorzaken zijn de intensieve landbouw en de aantasting van natuurlijke leefgebieden. Het rapport is verschenen onder de titel ‘State of nature in the EU’ en is het omvangrijkste onderzoek naar de flora en fauna dat ooit in Europa is gehouden. Nederland vormt helaas geen uitzondering op dit slechte bericht, ook hier is het ondanks de Vogel- en Habitatrichtlijn de bescherming van vogelsoorten nog steeds niet succesvol.

Bron : State of Nature in the EU:Results from reporting under the nature directives 2007–2012 (onderzoek naar achteruitgang van insecten in Nederland)

Ik maak me samen met velen zeer bezorgd over wat er staat te gebeuren met onze mooie historische wijk. Hoe kan ik deze omvangrijke bomenkap uitleggen aan mijn kinderen en hun opvolgende  generatiegenoten. De kap heeft nameliijk een groot impact op het  het milieu (o.a.filtering,insecten- en vogelstand) en dus vervolgens ook op hun bestaan.  De longen  van de aarde staan in brand en Hoogezand  kapt vele  bomen. 

Gezien het voorgaande zou ik u met klem willen verzoeken de bomenkap te herzien.

Met vriendelijke groet,

Anit Pluimert

Andere Bronnen

Conflicterende belangen vragen om een goede afweging.

vrijdag 13 juli 2012 18:00

Bomen kappen die verkoeling kunnen brengen

26 august 2019

Het OOG – item “Koele plekken op warme dagen (update)” op 26 august 2019 wil een overzicht geven van plekken waar in deze warme eind augustus dagen verkoeling is te verwachten. Gelukkig staan bomen als optie erbij.

De verkoelende werking van bomen is één van de zogenaamde eco-systeemdiensten van bomen; platweg gezegd: wat leveren bomen ons (mensen) op. Een antropocentrische dan wel egoïstische benadering zou je kunnen stellen. Bomen mogen er ook zijn zonder ons belang erbij, zou ik willen benadrukken. Anders gezegd: ze hebben intrinsieke waarde, los van wat de mens eraan heeft. Dat geldt overigens ook voor de gehele natuur. Dan draait het om respect en in eigen waarde laten.

Onze huidige minister van o.m. landbouw en natuur Carola Schouten schreef het in een onlangs gepubliceerd rapport nog eens dapper op: ‘de natuur is de basis van ons bestaan’. En ons bestaan wordt gedomineerd door de economie, vul ik aan. Economie moet dus blijven binnen de grenzen van wat natuur aankan.

Hoe anders is het geluid dat afstraalde van de voorpagina van een grote krant, bekend van zijn grote vette chocoladeletters. Bouwend (VNO) en verbouwend (LTO) Nederland riepen in koor: Help, de natuur knelt ons af !!. Kennelijk had men het benauwd, want de lobby van deze groeperingen is niet misselijk maar bleek even ontoereikend.

Een koelbloedige rechter had gesproken en hen de PAS afgesneden en toen stond alles even stokstijf stil. Maar ze hadden een oplossing. Veeg alles wat er aan versnipperde natuur nog over is bij elkaar en gooi het ergens neer waar wij er geen last van hebben. Dan kunnen we flinke stappen zetten en verder gaan met Nederland vol te bouwen en te overdekken met monoculturen.

Dat uitgerekend deze partijen zelf hadden gezorgd voor versnippering en verschraling kwam even niet in hen op bij de ontlading van hun tomeloze uitbreidingsdrift. Schaalvergroting en intensivering en op winstmaximilisatie gerichte productie hadden landelijk wonen en basaal boeren beide met inclusieve natuurpotentie geheel van de kaart gespeeld. En wat overbleef waren natuursnippers die ze moesten respecteren en dat kostte hen veel inspanning en vooral stress bij het zoeken en vinden van sluipwegen om regelgeving te ontduiken. De rechter was daar flauw van en nu hadden ze zelf last van flauwtes.

Ik moest hieraan denken toen één van de scribenten begon over forse bomenkap en dus de noodzaak om zich nog snel een verkoelende boom toe te eigenen voor het te laat was. Bovenstaand ontspon zich een discussie. Leuk en prima als het onderwerp in de aandacht blijft.

Zelf heb ik meerdere malen met het bijltje gehakt. Nééé, niet om de bomen neer te leggen, maar om als bezwaarmaker de bomen overeind te houden. Helaas lukt dit vrijwel nooit.

Het kapvergunningen beleid en de bezwaarprocedures zijn degelijk afgetimmerd en daar is men trots op. Vrijwel niemand komt er doorheen, zo zorgvuldig is onze afweging, zegt men bij de gemeente. Als een boom gekapt wordt dan is er ook echt een heel goede reden voor. Het tegendeel is waar, maar deze stelling staat of valt natuurlijk met de vraag wat is een goede reden.

Het probleem is dat de gemeente daar zelf niet duidelijk over is. De publieksversies (voor de gewone man of vrouw) spreken over zieke, gevaarlijke, lastige, hoge, oude, in de weg staande bomen. Daar moet u het als burger mee doen. Er is uiteraard een als zorgvuldig benoemde afweging tussen verwijdering en behoud van een boom en de criteria binnen dit toetsingskader zijn bekend, maar wat de waarde van elk criterium is per geval en of er een puntenscore bestaat die de keuze objectiever maakt, dat blijft allemaal verborgen binnen de black box van de beoordelende ambtenaar zijn of haar hersenpan. Kortom: er is geen objectieve weging en het resultaat van de verborgen processen is altijd dat de gemeente gelijk heeft. Hocus Pocus Pilatus Pas.

Belangrijke criteria als klimaat adaptieve waarden (verkoeling) en ecologische waarde komen in de afweging niet ter sprake. Met andere woorden: de bomen in de gemeente worden niet beoordeeld op hun werkelijke waarde, nee de weging en de procedure is erop gericht de burger de indruk te geven dat hij wat in de melk te brokken heeft. Want overheden beseffen wel dat bomen bij burgers emoties oproepen. De gemeente wil in feite zonder gedoe zelf bepalen wat er gebeurt met bomen. Die moeten dienstbaar zijn aan de stad en het stedelijk denken.

Het gehele proces rond de kapaanvraag en behandeling daarvan is uit het toezicht van de Raad gehaald en gemandateerd aan de ambtelijke diensten. Zij (met name VTH) zijn het bevoegd gezag in dezen. Met gemak zou ik een zwartboek kunnen vullen met feiten en toedrachten.

Het enige medicijn is dat de Raad van College en ambtelijke diensten een volledige opening van zaken verlangt en deze aan burgers overlegt over bomen, de aantallen, het toetsingskader, waar gaat het hout heen, welke route nemen de op papier te compenseren bomen, is er wel een aanplantbeleid, etc,. etc., etc. een transparantie zonder foefjes en fratsen.
Zo niet, dan blijft er groot ongenoegen, wantrouwen en strijd. Het is maar waar je voor kiest.

E.M. Vroom