28 oktober 2026
Kristin McGee
Op 18 december 2025 hadden de Boomwachters Groningen een ontmoeting met Wethouder Groen en de nieuwe stadsengenier. Er werden diverse onderwerpen besproken, waaronder terugkerende kwesties rondom kapvergunningen voor bomen, het illegaal kappen van bomen en de handhaving daarvan, de mogelijkheid om bouwplannen en boom-effectanalyses (BEA’s) in te zien vóórdat een kapvergunning wordt aangevraagd, en de noodzaak om de waarde van ecosysteemdiensten mee te wegen in de beoordelingscriteria wanneer bomen en groengebieden worden getoetst voor eventuele kap.
Specifiekere onderwerpen waren onder meer het illegaal kappen van bomen in het ‘Betonbos’ – waarbij twee buurtbewoners aanwezig waren om te vertellen over het tragische verloop van deze gebeurtenissen – en de inconsistentie in sommige doelstellingen van de groene partij. Het aanhoudende verlies van waardevolle, bestaande bomen in het stedelijk groen, en in het bijzonder in het Betonbos, blijft een punt van zorg. Daarnaast bespraken we de transformatie van het Zuiderpark en het verlies aan biodiversiteit, leefgebieden voor vleermuizen en ecosysteemdiensten, zoals luchtzuivering, verkoeling, en waterfiltratie. Tot slot kwamen de vergunningen en plannen voor het Haderaplein in Haren aan bod. We hebben duidelijk gemaakt dat we formeel bezwaar zullen aantekenen tegen het kappen van bomen, met name de eiken op het parkeerterrein van dit plein. Inmiddels hebben we dit bezwaar ingediend en wachten we de uitkomst af.
Informatie over en transparantie rondom kapvergunningen voor bomen
Er zijn nog andere discussiepunten en vragen die betrekking hebben op het gebrek aan transparantie en duidelijkheid rondom kapvergunningen voor bomen, zowel op privéterrein als op gemeentegrond. Al jaren vragen wij om deze basisinformatie; wij zijn van mening dat deze online zou moeten worden gepubliceerd in een specifiek onderdeel over boomkap op de website van de gemeente.
Deze basisinformatie, die in andere gemeenten – zoals Utrecht – al wordt gehanteerd, omvat:
1. Boomsoort
2. Grootte en leeftijd van de boom (inclusief de vraag of de boom als monumentaal moet worden beschouwd)
3. Een foto van de boom met bladeren (dus niet in de winter)
4. De reden voor de aangevraagde kap van de boom
5. Een iTree-beoordeling van de boom met betrekking tot CO2-reductie, het verwijderen van luchtverontreinigende stoffen, waterfiltratie, en het bieden van verkoeling en het tegengaan van het ‘hitte-eilandeffect’.
In kaart brengen van stedelijke boombedekking
Een ander onderwerp betreft de toegezegde meting en publicatie van het percentage stedelijke boombedekking in Groningen. Ten eerste hebben wij – ondersteund door deskundigen – kritiek geuit op het meest recente onderzoek naar de stedelijke boombedekking in Groningen. Deze kritiek, die mede is onderbouwd door twee onafhankelijke bureaus gespecialiseerd in boomtaxaties (waarvan één in het Verenigd Koninkrijk), wijst op tal van fouten. Een cruciaal punt is dat de meting in de winter werd uitgevoerd, wanneer bomen geen bladeren hebben; dit is in strijd met de gangbare professionele standaarden. Ten tweede werden wateroppervlakken meegenomen in het onderzoek. Dit wijkt af van de standaardwerkwijze, waarbij doorgaans alleen boombedekking op land wordt gemeten – bomen kunnen immers niet groeien in meren, rivieren (wel naast) of soortgelijke wateren.
Doelstelling: 30% boombedekking in 2075
Daarnaast hebben we onze zorgen geuit over de op zichzelf lovenswaardige doelstelling om de boombedekking (Urban Tree Canopy, UTC) te vergroten van circa 12% (volgens gegevens van Cobra Groen uit 2019) naar 30% in 2075. Om dit te bereiken is een geleidelijke, jaarlijkse vooruitgang vereist. Hiervoor moeten tussentijdse doelstellingen worden vastgesteld, die elke twee jaar worden getoetst en geëvalueerd. Het streven zou moeten zijn om de boombedekking elke twee jaar met 1,5% te vergroten, waarbij de focus ligt op het verbeteren en beschermen van volwassen en volgroeide bomen – ook exemplaren die al tekenen van natuurlijke veroudering of verval vertonen.
Wanneer men kijkt naar de situatie van volgroeide bomen in andere gemeenten, zoals Canberra (Australië), valt op dat daar een wezenlijk ander beheerbeleid wordt gevoerd. Dit omvat onder meer een voorzichtiger snoeibeleid, gericht op het behoud van een grotere, gezondere kroon en voldoende levend loof, evenals meer ruimte voor oudere bomen die al enige mate van verval vertonen.

Straatbomen in Canberra, Australia, 2026
Hier in Groningen worden bomen over het algemeen voortijdig en agressief gesnoeid – veel verder dan de geldende normen (zoals een vrije doorrijhoogte van meer dan 4,5 meter boven de weg) – en ze worden gekapt lang voordat ze daadwerkelijk een gevaar vormen voor de openbare ruimte. Om optimaal te kunnen bijdragen aan ecosysteemdiensten, biodiversiteit en het vastleggen van broeikasgassen, moeten bomen langer kunnen blijven staan. Een boom van 60-80 jaar is 100 keer waardevoller dan een boom van 15 jaar. Zo worden sporen van schimmels bij de wortels vaak al aangevoerd als reden om een relatief gezonde, stabiele boom met een volle kroon te kappen – terwijl zo’n boom juist essentiële ecosysteemdiensten levert, een leefgebied vormt voor dieren en voor schaduw zorgt tijdens de steeds heter wordende zomers.

foto’s van bomen in Haren – met name jonge bomen die te hoog gesnoeid zijn
Wanneer jonge bomen zo agressief worden gesnoeid waar minder dan 30% van de oorspronkelijke kroon overblijft, is een verkorte levensduur onvermijdelijk. Bovendien kunnen zij niet langer de essentiële ecosysteemdiensten leveren die bomen met een gezonde kroon wel bieden. De ‘4,5-regel’ voor het snoeien van bomen is niet van toepassing op jonge exemplaren die nog geen gezonde en stabiele kroon hebben ontwikkeld. De 70/30-regel voor het opkronen van bomen wordt hiermee opnieuw ondergraven.

gewenst stedelijke boom kroon formatie
Echte expertise in stedelijk boombeheer
Gezien de aanhoudende, buitensporig agressieve snoeipraktijken – waarbij boomkronen vaak worden teruggebracht tot slechts 30% van hun oorspronkelijke omvang, terwijl 70% de norm zou moeten zijn – en het al te gemakkelijk kappen van nog gezonde bomen, pleiten wij opnieuw voor het aanstellen van een internationale expert voor het beheer van het stedelijk bomenbestand. Deze persoon dient niet alleen te beschikken over een certificering als ‘European Tree Technician’ (ETT), maar ook over ten minste een masterdiploma – bij voorkeur een doctoraat (PhD) – in boombiologie of stedelijke bosbouw. Vooral onze waardevolle, volwassen bomen in parken zijn de afgelopen tien jaar slecht onderhouden; er is gebruikgemaakt van schadelijke technieken die leiden tot vroegtijdige veroudering, zoals het ‘uitkleden’ van takken (het verwijderen van zijtakken tot enkel een pluim aan het uiteinde, ook wel ‘lion’s tailing’ genoemd), het overmatig opkronen en het toppen van bomen. Er is behoefte aan een expert die gespecialiseerd is in de verzorging van volwassen bomen, die de complexe kroonarchitectuur van verschillende boomsoorten begrijpt en die inzicht heeft in cruciale fenomenen zoals ‘mass damping’ (waarbij het complexe bladerdek en de kroonstructuur van een boom helpen om windenergie te absorberen en zo de stabiliteit en integriteit van de boom tijdens stormen te waarborgen).
Wij hopen dat onderwerpen als kapvergunningen, de verhouding tussen kroon en stam, expertise in het beheer van stedelijke en volwassen bomen, en betere procedures om de bescherming van volwassen bomen tijdens de planningsfase van nieuwe projecten te garanderen, de komende jaren de nodige aandacht krijgen.